Er valt een stilte. In een gesprek, in een ruimte, in jezelf. En bijna automatisch gebeurt er dan iets. Je pakt je telefoon. Je begint te praten. Je zet muziek aan. Je vult het gat.
Niet omdat het nodig is, maar omdat de stilte ongemakkelijk voelt. We zijn gewend geraakt aan constante prikkels. Geluid, informatie, notificaties, gesprekken. Stilte is geen vanzelfsprekend onderdeel van de dag meer. Het is een onderbreking geworden. Iets dat opgelost moet worden.
Maar waarom?
Stilte haalt de ruis weg
Zolang er prikkels zijn, is je aandacht bezig. Er is iets om op te reageren. Iets om te volgen. Iets om je aan vast te houden.
Stilte doet het tegenovergestelde. Ze haalt de ruis weg. En zonder ruis wordt er iets anders hoorbaar, je eigen gedachten.
Dat is precies waarom veel mensen hun telefoon pakken zonder duidelijke reden. Niet uit vervelen alleen, maar om te voorkomen dat ze even niets hoeven te ervaren. Dat mechanisme zie je ook terug in het automatische gedrag dat ik beschreef in “waarom we onze telefoon pakken zonder reden“.
Stilte confronteert.
Ons brein houdt van input
Neurologisch gezien is je brein een voorspellingsmachine. Het wil informatie. Het wil patronen. Het wil weten wat er komt. Wanneer er weinig externe prikkels zijn, gaat het brein zelf input genereren. Gedachten, herinneringen, scenario’s. Dat kan creatief en waardevol zijn, maar ook onrustig.
Onderzoek naar de zogenoemde default mode network laat zien dat je brein in rust juist actief blijft, vaak gericht op zelfreflectie en toekomstdenken. Dat betekent dat stilte niet leeg is, ze verschuift alleen de aandacht van buiten naar binnen. En dat voelt voor veel mensen intens.
We hebben stilte ontwend
Vroeger zat verveling ingebakken in de dag. Wachten bij een bushalte, staren uit het raam. Niets doen zonder dat het meteen werd opgevuld.
Nu is elk moment potentieel gevuld. Een paar seconden wachten is genoeg om een scherm te ontgrendelen. Stilte is optioneel geworden, en daardoor zeldzaam.
Wat schaars wordt, voelt ontwenning. In een wereld waarin altijd online zijn de standaard is, voelt niets doen bijna afwijkend. Alsof je iets mist. Maar vaak mis je niets. Je mist alleen de prikkels.
Wat er gebeurt als je stilte toelaat
Wanneer je niet meteen reageert op de drang om iets te vullen, gebeurt er iets interessants. De eerste paar minuten voelen onrustig. Je merkt hoe vaak je normaal gesproken zou grijpen naar een scherm. En daarna zakt dat gevoel. Je aandacht wordt trager, dieper. Gedachten ordenen zich. Creativiteit krijgt ruimte. Dat is dezelfde verschuiving die optreedt wanneer je bewust afstand neemt van constante input, zoals in “wat er gebeurt als je 1 week geen social media gebruikt“.
Niet alles wordt ineens beter, maar er ontstaat ruimte.